Hoeveel access points heb ik nodig?
Het eerlijke antwoord: dat hangt niet af van je vierkante meters, maar van je muren en je apparaten. Hieronder staat hoe wij het bepalen, met de vuistregels die we in de praktijk gebruiken.
Vierkante meters zeggen weinig
De vraag komt bijna altijd zo binnen: "we hebben 400 vierkante meter, hoeveel punten is dat?" Begrijpelijk, maar het is het verkeerde rekenmodel. Twee panden van 400 m² kunnen een factor drie verschillen in het aantal access points dat nodig is. Een open kantoortuin met gipswanden red je met minder punten dan een verbouwd pand met betonnen tussenvloeren, een dikke brandmuur en een technische ruimte vol metaal.
Wat het aantal echt bepaalt, zijn twee dingen: waar het signaal doorheen moet, en hoeveel apparaten er tegelijk verbinding maken. Die twee staan los van elkaar, en meestal is de tweede de verrassing.
Wat je bouw met het signaal doet
Elke muur kost signaal, maar niet evenveel. Gipsplaat en hout laten zich vrij eenvoudig doorkruisen. Baksteen kost al merkbaar meer. Gewapend beton is de lastigste: het staal in de vloer werkt als een scherm, waardoor WiFi zich in een pand met betonvloeren vooral horizontaal gedraagt en nauwelijks een verdieping omhoog of omlaag komt. Ook onverdacht spul kan hinderlijk zijn: brandwerend glas met een metaalcoating, spiegels, een liftschacht, een koelcel, een muur vol installatietechniek. En dan is er water — mensen bestaan er voor het grootste deel uit, en een volle zaal dempt het signaal aantoonbaar meer dan een lege.
Daar komt bij dat de banden zich anders gedragen. 2,4 GHz komt het verst en het beste door muren, maar heeft in Nederland maar drie kanalen die elkaar niet overlappen — en die zijn in een bedrijvenpand vaak al bezet door je buren. 5 GHz heeft veel meer ruimte en is daardoor de band waarop het echte werk gebeurt, maar komt minder ver. De 6 GHz-band van WiFi 6E en WiFi 7 heeft de meeste ruimte en de kortste reikwijdte. Nieuwer is dus niet hetzelfde als verder.
De vuistregel die we gebruiken
Voor een kantoorachtige omgeving rekenen we op één access point per 80 tot 120 m² bij lichte scheidingswanden, en op één per 50 tot 70 m² zodra er beton, dikke muren of veel gesloten ruimten in het spel zijn. Bij een pand van meerdere verdiepingen met betonvloeren gaan we uit van eigen dekking per verdieping in plaats van hopen dat het er wel doorheen komt.
Dat is een startpunt voor een gesprek, geen ontwerp. Het echte aantal volgt uit de plattegrond en, bij twijfel, uit een meting ter plaatse.
Niet het bereik, maar de drukte
De tweede — en vaker onderschatte — factor is het aantal apparaten. Alle clients op één access point delen dezelfde zendtijd: ze praten om de beurt. Wij rekenen op 25 tot 30 gelijktijdig actieve apparaten per radio voordat gebruikers het merken. En "gelijktijdig actief" is meer dan je denkt: naast laptops en telefoons hangen er printers, betaalterminals, tablets aan de wand, camera's, thermostaten en soms een halve zaal met gasten aan.
In een vergaderzaal of een horecazaak op een drukke avond is dat de bepalende factor, niet het bereik. Daar zetten we juist meer punten met minder zendvermogen neer: kleinere cellen, minder apparaten per punt, en dus meer zendtijd per apparaat. Precies het omgekeerde van wat intuïtief voelt.
Waarom overlap geen verspilling is
Access points moeten elkaar een beetje overlappen, anders krijg je gaten op de plek waar je van het ene naar het andere punt loopt. Je apparaat bepaalt zelf wanneer het overstapt, en het doet dat laat — het blijft hangen aan het punt waarmee het al verbonden is, ook als er een sterker punt in de buurt is. Met te weinig overlap merk je dat als een gesprek dat halverwege de gang wegvalt. Wij mikken op ongeveer 15 tot 20 procent overlap tussen cellen; voor bellen over WiFi leggen we die grens hoger, omdat spraak nauwelijks pauze verdraagt.
Buiten en op een terrein
Buiten geldt hetzelfde principe, met andere obstakels: bomen met blad, tentzeilen, een vrachtwagen die er ineens staat, en het feit dat een terrein 's ochtends leeg is en 's middags vol mensen. Voor een terras of een terrein rekenen we daarom niet met de maximale afstand op papier, maar met de situatie zoals die op het drukste moment is. Op evenementen zetten we bovendien liever een punt te veel dan te weinig: opnieuw klimmen als het publiek er al staat, is geen optie.
Hoe wij het in de praktijk bepalen
Wij beginnen bij de plattegrond en lopen die met je door: welke ruimten moeten dekking hebben, waar zitten de muren, waar hangen de vaste apparaten, waar komt de internetverbinding binnen en waar kan de bekabeling langs. Daarna kijken we naar de aantallen: hoeveel medewerkers, hoeveel gasten, wat hangt er nog aan het netwerk. In een bestaand pand meten we bij twijfel ter plaatse — dan weten we wat de muren werkelijk doen in plaats van wat de tabel zegt.
Uit die twee stappen volgt een aantal punten, hun posities en het kabelwerk dat daarbij hoort. Meer over hoe wij een netwerk opzetten staat op de pagina over zakelijke WiFi en netwerken. Voor drukke publieksruimten is de aanpak bij horeca-WiFi relevanter, en voor terreinen die tijdelijk vol staan de pagina over netwerken voor evenementen.
Kort en duidelijk
Is één krachtige router niet genoeg?
Nee, en dat komt door de kant van je telefoon of laptop. Een access point kan hard zenden, maar je apparaat zendt met veel minder vermogen terug. Je ziet dan vier streepjes en toch een trage verbinding: het signaal komt aan, het antwoord niet. Meerdere kleinere punten die dichter bij de gebruiker staan, werken daarom beter dan één sterk punt in de meterkast.
Hoeveel apparaten kan één access point aan?
Op papier honderden, in de praktijk rekenen wij op ongeveer 25 tot 30 gelijktijdig actieve apparaten per radio voordat het merkbaar wordt. Alle apparaten op één access point delen namelijk dezelfde zendtijd: hoe meer clients, hoe langer ieder moet wachten.
Moet er een netwerkkabel naar elk access point?
Ja, en dat is het meeste werk van een installatie. Een access point wordt via die kabel ook gevoed (PoE), dus er hoeft geen stopcontact bij. Draadloos doorschakelen kan technisch wel, maar dat kost de helft van je capaciteit en gebruiken we alleen als bekabelen echt niet kan.
Werkt WiFi 6 of WiFi 7 door muren heen beter?
Nee. Nieuwere generaties zijn efficiënter bij veel apparaten tegelijk, maar de nieuwe 6 GHz-band komt juist minder goed door muren dan 5 GHz. Meer snelheid op papier betekent dus niet automatisch meer bereik.
Wil je weten wat jouw pand nodig heeft?
Stuur ons de plattegrond of bel even. We denken graag mee, ook als je nog nergens aan vastzit.